Rammelend juridisch advies

Rammelend juridisch advies

Naar aanleiding van de intentie van het College om Dornick BV bewoning in bestaande bebouwing te vergunnen, heeft het College Hekkelman Advocaten gevraagd om uit te zoeken of de functiewijziging middels de kruimelgevallenregeling kan worden vergund en welke rol er dan voor de gemeenteraad is weggelegd (M43, bijlage 4)[1]. Vervolgens is kantoor Dirkzwager Legal&Tax gevraagd een ‘verdiepend’ advies te schrijven (M43 verdiepend advies Dirkzwager)[2]. Het is weinig verrassend dat de jurist van Dirkzwager zijn collega bij Hekkelman ten aanzien van diens eerdere conclusie niet afvalt. (Zie: Hoezo onafhankelijk op deze website).

Waarom stelt het College aan twee gerenommeerde advocatenkantoren de vraag om uit te zoeken of de functiewijziging middels de kruimelgevallenregeling kan worden vergund?

Het antwoord ligt voor de hand, het is namelijk technisch mogelijk om op deze wijze medewerking te verlenen (er zou op deze wijze zelfs een ‘huis van lichte zeden’ in bestaande bebouwing kunnen worden vergund). De voor de hand liggende vraag die hieraan voorafgaand gesteld kan worden, gaat het college behendig uit de weg. Namelijk of de gemeente medewerking aan het plan kan weigeren (op basis van onze welingelichte bronnen is het antwoord hierop: JA, het college kan weigeren). Centraal bij de vraag of aan het plan kan worden meegewerkt is of het vanuit een goede ruimtelijke ordening kan worden gemotiveerd. De vraag of het college zich verplicht voelt door een privaatrechtelijke overeenkomst met de indiener (Dornick BV) is voor deze afweging niet relevant.

Het College vaart blind op adviezen van Hekkelman en Dirkzwager die zijn gegeven op basis van een gestuurde, selectieve en eenzijdig geformuleerde juridische vraagstelling. Het college stelt niet de juiste juridische vraag. De vraag die het College (ook) (had) moet(en) stellen is deze: 


Onder welke vooraarden en op welke wijze kan, met inachtneming van het raadsbesluit/amendement van 31 januari 2019 worden voldaan aan de bepalingen in de koopovereenkomst met Dornick BV, in het bijzonder de gedane toezeggingen ten aanzien van een bestemmingsplan?


[1] Hekkelman Advocaten heeft ter beantwoording van de vraag een technisch juridisch verhaal opgeleverd waarbij terzijde wordt vermeld dat de jurisprudentie van de AbRS tamelijk casuïstisch is en ruimte laat voor interpretatie. De conclusie die de jurist trekt is duidelijk, maar eenzijdig. Tegen de achtergrond van het casuïstische karakter van de jurisprudentie is de conclusie  wellicht iets te stelling en dus mogelijk voorbarig…..

[2] De jurist van Dirkzwager hanteert in zijn advies een wel heel erg letterlijk juridische interpretatie-methode van het begrip ‘nieuwbouw’ en beargumenteert op grond daarvan dat het amendement en de ruimtelijke uitgangspunten terzijde geschoven kunnen worden. Maar, de situatie en de context ten tijde dat het amendement werd opgesteld, was een andere en de juridische weging en interpretatie daarvan in die context kan niet zo maar buiten beschouwing worden gelaten. Het college dient als eerste die afweging te maken, maar uiteindelijk kan het oordeel van de rechter gevraagd worden.